Geschiedenis

Van Kunstkring naar een erkend podium

Eind 1945 kwamen 20 dames en heren, waaronder zeven witheren, in de abdij van Heeswijk bijeen om de Kunstkring Heeswijk op te richten. Binnen het jaar kreeg dit gezelschap de naam Kersouwe, oud-Brabants voor ‘madeliefje’. De Kunstkring nam al snel het besluit om in 1946 een openluchtspel te brengen. Door te kiezen voor openluchttoneel in plaats van zaaltoneel werd het tevens mogelijk om gemengd te spelen. Destijds bestond in deze streek namelijk een streng bisschoppelijk voorschrift dat stelde, dat per parochie slechts één vereniging gemengd mocht spelen in een zaal. Gemengde voorstellingen in de openlucht werden door de bisschoppen toegestaan als ze vóór zonsondergang waren afgelopen.

Antoon Coolen
De eerste opvoeringen waren bijbelspelen. De stukken werden vooral gespeeld door inwoners uit Heeswijk en Dinther. Met grote holle betonnen bakken, afkomstig van vliegveld Gilze-Rijen, werden de tribunes gebouwd, die tot op heden nog steeds de tribunes van het grote theater vormen. Binnen 3 jaar kregen de eigen bijbelspelen van De Kersouwe zelfs al landelijke bekendheid.
Tussen 1950 en 1958 had de Kersouwe groot geluk dat ze in de persoon van de bekende schrijver Antoon Coolen haar eigen toneelschrijver kreeg. Coolen schreef zeven oorspronkelijke stukken voor de Kersouwe. De bijbelspelen werden vervangen door ridder- en sprookjesspelen en leidden tot uitverkochte theaters. Jaar op jaar ontwierp witheer Michiel van Helvert een prachtig middeleeuws decor, dat uitgevoerd werd in hout. Derhalve werd in 1958 overgegaan tot de bouw van een vast stenen basisdecor. Dit vaste basisdecor is tot op heden nog kenmerkend en bepalend is voor de identiteit van het theater.

Het moderne repertoire
Eind jaren vijftig en begin jaren zestig deden zich maatschappelijk grote ontwikkelingen voor. Televisie werd een gevestigd medium en auto’s en bromfietsen kwamen algemeen beschikbaar. Het publiek was hierdoor niet meer aangewezen op activiteiten in de onmiddellijke omgeving en begon, min of meer verwend door Nederlands drama op de televisie, hogere eisen te stellen aan datgene wat hen geboden werd.
Spelers en publiek bleken steeds moeilijker te bewegen naar het openluchttheater. Het bestuur werd gedwongen om het Heeswijkse karakter van het theater te verruilen voor een sterk regionaal karakter. Omliggende gemeenten en de provincie Noord-Brabant gingen subsidiëren om de hachelijke financiële positie van de Kersouwe te redden en daarmee het theater voor de streek te bewaren. Spelers werden aangetrokken uit de hele regio. Dit maakte ook gelijk een eind aan het repertoire met duidelijke katholieke inslag en betrokkenheid. Via enkele blijspelen (Shakespeare en Goldoni) kwam er in 1965 een grote doorbraak met een stuk van de communistische maatschappijverbeteraar Bertolt Brecht. Vanaf dat moment was niet meer het overbrengen van katholieke normen en waarden bepalend, maar de literaire kwaliteit van de stukken en de speelbaarheid ervan in het theater.

De jaren daarop werd met nieuwe regisseurs en een nieuwe repertoirekeuze geëxperimenteerd, echter met weinig succes. Bezoekers bleven thuis en financieel geraakte de Kersouwe in een steeds dieper dal. Anderzijds vonden er ook juist in die tijd een aantal organisatorische veranderingen plaats, die voorkwamen dat de Kersouwe in dit dal wegzakte. Vele nieuwe spelers en medewerkers werden enthousiast voor de sfeer waarin bij de Kersouwe producties gemaakt werden. Vanaf 1974 maakte het “herenbestuur” geleidelijk aan plaats voor jonge bestuurders, die voortkwamen uit de spelersgroep. Spelers en medewerkers gingen vanuit een gekozen stukkeuzecommissie meepraten over de goede gang van zaken. Men koos veelal voor maatschappijkritisch toneel, zoals stukken van Bertolt Brecht. Regisseurs Ad van de Ven en Edgar Danz  brachten de amateur-producties op een ongekend hoog niveau. Tussen 1976 en 1982 behaalde de Kersouwe 4 keer de Anton Huybersprijs voor de beste openluchtproductie van Brabant.

Jeugdtoneel
Naast de eigen toneelproductie, had zich vanaf 1963 ook een nieuw fenomeen voorgedaan in het theater. Beroepsgezelschappen, zoals De Nieuwe Komedie en de Zuid Nederlandse Opera, werden met gastvoorstellingen naar het theater gehaald via de stichting Brabants Festival. Na 1968 ging de Kersouwe zelfstandig voorstellingen inkopen en vormden jeugdvoorstellingen jaarlijks een welkome aanvulling op de eigen volwassenenproductie.

In 1979 werd voor de eerste maal een eigen jeugdproductie “Koning Tourmalijn verliest zijn pijn” opgevoerd. Na een onderbreking van drie jaar, wordt sinds 1983 tot op heden jaarlijks een eigen jeugdproductie gemaakt.

Nieuw beleid
De grote productie vertoonde in de tachtiger jaren een erg wisselend beeld. Het repertoire was het ene jaar voor een breed publiek toegankelijk en het volgende jaar werd een stuk gekozen dat slechts een zeer select publiek aansprak. Het bestuur stelde in 1989 een nieuw beleidsplan voor dat vier grote veranderingen teweeg moest brengen:
·        De grote productie ging zich komende jaren consequent toeleggen op muziektheater.
·        De jeugdvoorstellingen moesten extra impuls krijgen door de bouw van een klein theatertje.
·        Het oude basisdecor uit 1957 werd gerestaureerd.
·        De inkoopvoorstellingen werden uitgebreid met concerten en cabaret.
Onder de naam “Help de Kersouwe Verbouwe” werden de benodigde 125.000 gulden vergaard bij fondsen, gemeenten, bedrijfsleven en particulieren en werden de bouwplannen gerealiseerd.

Nieuw programma
De keuze voor muziektheaterproducties had uiteraard zijn gevolgen. Spelers moesten naast toneelspelen ook kunnen zingen en vooral dansen. Niet alleen voor de spelers was de overgang groot door de uitbreiding met de disciplines muziek en dans, ook voor de regisseurs en de organisatie. De organisatie, met name het bestuur, ging in de jaren negentig haar aandacht meer en meer  richten op nieuwe activiteiten, zoals inkoopvoorstellingen. In 1987 waren er naast de eigen jeugd- en volwassenenproductie 7 gastvoorstellingen; in 1995 was dat al verdubbeld en heden ten dage ligt dit aantal op ongeveer 25 gastvoorstellingen. Productieteams en commissies ontstonden om het bestuur organisatorisch te ondersteunen bij het produceren en exploiteren.

Het nieuwe theater en het nieuwe beleid bleken een vruchtbare bodem te hebben. De eigen jeugdproductie kwam in het kleine theater veel beter tot zijn recht met betere kwaliteit producties, een heel eigen sfeer zowel voor spelers als publiek en regelmatig overvolle tribunes. De voorstelling van Youp van ’t Hek in 1995 had ook een grote spin-off voor de kersouwe-programmering in de jaren daarna. Youp bracht het unieke theater onder de aandacht van zijn collega’s en de Kersouwe gebruikte zijn optreden als koevoet om landelijk bekende artiesten te bewegen om net als Youp ook eens over de drempel van openluchttheater te stappen. Aldus volgden Karin Bloemen, Paul de Leeuw, de Vliegende Panters, Margriet Eshuijs en vele anderen. Ook het aantal openluchtconcerten groeide gestaag.